Nieuws

6 jul 2026
𝐒𝐧𝐚𝐜𝐤𝐚𝐝𝐯𝐢𝐞𝐬: 𝐤𝐥𝐞𝐢𝐧 𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥, 𝐠𝐫𝐨𝐨𝐭 𝐞𝐟𝐟𝐞𝐜𝐭 🦴

“Hij krijgt alleen maar een paar kleine snackjes…”

Een herkenbare zin in de spreekkamer. En vaak lijken snacks inderdaad onschuldig. Toch kunnen ze bij sommige patiënten een voedingsplan behoorlijk beïnvloeden.

Daarom is snackadvies geen bijzaak, maar onderdeel van het totale dieetadvies.



Een paar voorbeelden:

🪨 Bij calciumoxalaat-urolithiasis zijn collageenrijke kauwsnacks, zoals bullepees, buffelhuid en andere dierlijke kauwproducten, niet altijd ideaal. Ze kunnen relatief veel hydroxyproline bevatten, een voorloperstof die kan bijdragen aan de vorming van oxalaat.

🩸 Bij diabetes mellitus kunnen juist koolhydraatarme dierlijke snacks soms een betere keuze zijn dan zetmeelrijke koekjes of snacks met suikers.

🌱 Bij nierpatiënten kunnen plantaardige of vegan snacks praktisch zijn, omdat ze vaak relatief lager zijn in eiwit en fosfor. Niet omdat “vegan” automatisch beter is, maar omdat het voedingsstoffenprofiel soms beter past bij het doel van het dieet.

🍪 Bij een strikt eliminatiedieet is de veiligste snack vaak simpelweg het dieet zelf. Bijvoorbeeld door brokjes fijn te malen, met wat water tot een deegje te maken en hier kleine koekjes van te bakken. Zo blijft het traject betrouwbaar, zonder extra ingrediënten.

Daarnaast blijft een belangrijke basisregel:
𝐆𝐞𝐞𝐟 𝐛𝐢𝐣 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐤𝐞𝐮𝐫 𝐧𝐢𝐞𝐭 𝐦𝐞𝐞𝐫 𝐝𝐚𝐧 10% 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐝𝐚𝐠𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐬𝐞 𝐞𝐧𝐞𝐫𝐠𝐢𝐞𝐛𝐞𝐡𝐨𝐞𝐟𝐭𝐞 𝐚𝐥𝐬 𝐬𝐧𝐚𝐜𝐤. En bij medische patiënten is zelfs die 10% soms al te veel. In dat geval dien je ook goed de inname van vet, eiwit, fosfor, koolhydraten, allergenen en het doel van het dieet in het oog te houden.

Want een goed voedingsadvies gaat niet alleen over wat voor hoofdvoeding het dier krijgt. Het gaat ook over alles wat daarnaast wordt gegeven.

Goed snackadvies maakt het verschil. 🐾